‘Ze had 1000 euro, had ze zelf gespaard – tenminste, 900 euro, en de rest kreeg ze van haar ouders.’

Breda, Willemstraat, 30 september 2011, 15.10 uur. 

Ik zou me graag voordoen als een ander soort persoon, maar ik moet eerlijk zijn. Welk nut heeft schrijven anders, als je geen eerlijkheid kunt opbrengen? Hier gaat het om: ik word helemaal kriegel als anderen om me heen aan het praten zijn. Dat wil zeggen: als ik zelf niet aan dat gesprek deelneem. Best een vreemde eigenschap, eigenlijk.

En het word steeds erger. Omringende mensen in de trein, die gemoedelijk hun conversatie plegen: ik sta op en zoek een andere plek. Soms wel een paar keer per reis. Twee jongens die het hebben over een studiegenoot. Dat hij niet spoort. En dat alle klasgenoten dat ook vinden. Laatst had hij op Facebook gezet: ‘ik ga me even aftrekken onder de douche’. Ik bedoel, gást. Als je het nog een beetje grappig zegt, oké… maar dit? We zaten allemaal zo van, kerel, flikker toch op.

Eigenlijk is het een toneelstuk op zich. Ik zou ervan genieten als ik er een entreebewijs á 9,50 euro had betaald. Maar het kaartje dat ik gekocht had kostte 16,50 en de deal was dat ik voor dat bedrag naar Breda en weer terug mocht. De dialoog die ik er gratis bij kreeg was te veel voor me. Ik pakte mijn spullen en ging op het balkon zitten, waar ik bij elke wissel door elkaar geschud werd en waar het gegil van de wielen op de rails me de rillingen gaf.

Dat was de heenweg. Terug dan. Twee vrouwen vlak voor me. De een praat over de keuken, die vernieuwd moet worden. Eindeloos de afwegingen tegenover elkaar zetten. Als ze dat kastje daar hangt, tja, dan wordt de ruimte achterin weer krap. En die voorstellen van de woningbouwvereniging, dank je de koekoek, dan hebben ze aan haar toch echt de verkeerde. Kom op zeg, daar gaat ze absoluut niet mee akkoord.

En daartussenin blonk mijn bezoek aan Breda. De zon zat als gegoten en in het park lag iedereen onderuitgezakt op het gras. Twee jongens op de stoep: ik krijg maar één zin van hun gesprek mee. ‘Ze had 1000 euro, had ze zelf gespaard, tenminste, 900 euro, en de rest kreeg ze van haar ouders.’

Dat is genoeg. Meer hoef ik niet te weten. Het kan over een vakantie gaan of over een computer. Ze kunnen het belachelijk vinden, de verwennerij van die ouders. Of juist fijn voor die meid; ze verdient het. Deze soundbite geeft me de kans om er zelf mee aan de haal te gaan. Ik neem hem mee. Breda uit, helemaal naar Utrecht.

Gezellig op schoot. Je bent beter af bij mij, zinnetje, geloof me. Het zou een beschamend gesprek worden, tussen die jongens. Onzinnig en doelloos. Mensen kunnen niet praten, makker. Dat is het. Ze kunnen het gewoon niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

vier × twee =