‘Ik zal je zeggen: ik ga daar zitten… oogkleppen op…’

Utrecht, St. Laurensdreef, 29 juni om 10.15 uur. 

Ik was in Overvecht beland. Op een bedrijventerrein. Op een donderdagochtend. Buiten regende het.Ik laat me soms inhuren als trainingacteur. Het soort opdrachten dat werkloze toneelspelers aannemen. Ik ben geen werkloze toneelspeler. Helemaal geen toneelspeler. Maar in zo’n rollenspel een arrogante gesprekspartner acteren vind ik amusant om te doen. Bovendien kan ik van de verdiensten minstens een week rondkomen.

De training heette ‘vrienden maken’. De werknemers moesten leren hoe ze in een zakelijk gesprek de ander voor zich innamen. ‘Op de relatie zitten’ noemden ze dat.

En dat alles diende dus te gebeuren in Overvecht.

Ik had de eerste twee uur niets te doen, behalve de introductie bijwonen. Het oefenen met de rollenspelen kwam pas aan het eind van de ochtend. Ik en de andere acteur zaten achterin het lokaal op een tafel. We keken stoffig voor ons uit. Ik kan me nog bijbaantjes herinneren uit mijn studententijd. Soms was gedurende een kwartiertje de lopende band stuk en had ik niets anders te doen had dan wachten tot het werd opgelost. Toen vond ik dat altijd dat een lekkere meevaller.Tegenwoordig moet op deze momenten van nietsdoen alle zeilen bijzetten om niet voluit te gaan schreeuwen. Zo’n leidinggevende die zijn praatje afsteekt, en elke zin volpropt met minstens vijf afkortingen waar ik de betekenis niet van ken; als ik niet zo vredelievend was geweest, zou ik hem het liefst neerslaan. Ik werk liever een hele ochtend aan een lopende band, dan een uur te moeten luisteren naar dat managersgedrein.

Om de boel niet te laten escaleren stond ik op en liep naar de wc. Een beproefde methode, die stamde uit mijn middelbare schooltijd. Weg uit het benauwde lokaal, vol mensen die eigenlijk allemaal liever ergens anders zouden zijn.

Ik liep langs de kantine en passeerde twee meisjes die flesjes ontbijtdrank vasthielden. Ze zaten dicht bij elkaar aan een van de tafeltjes. ‘Ik zal je zeggen: ik ga daar zitten… oogkleppen op…’ zei de ene. Daarna dacht ik nog iets op te vangen als: ‘volledig in mijn eigen wereld…’

Ja, dat was het. Iedereen in zijn eigen wereld. Er zijn twee werelden; eentje waarin mensen fysiek verblijven en de andere waarin ze met hun gedachten zijn. Ik bleef lang op de wc zitten. Hoewel ik eigenlijk niet daar was, maar bovenzintuiglijk al achter de computer om dit stukje te tikken. Zoals ik nu niet achter de computer ben, maar weer terug in dat wc hokje om terug te halen hoe het ook alweer was. Vrij omslachtig gedoe eigenlijk, allemaal.

Toen ik weer terug kwam in het lokaal, was de trainer iets aan het uitleggen. Het ging over cosmetisch luisteren. Dat betekent: wel alle uiterlijke kenmerken vertonen van een luisterend persoon, maar intussen bedenken hoe je het gesprek een kant op kunt duwen die jij interessanter vindt. Zijn gehoor deed op geen enkele manier zijn best om zelfs maar half cosmetisch te luisteren.

Oogkleppen op. Volledig in hun eigen wereld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

drie + 4 =