Weer een nieuwe hobby: gedurende de uitzending van De Wereld draait door een gedicht maken over wat ik zie. En meteen daarna op de site zetten…
(Ik ben bijna nooit in de gelegenheid om live te kijken, dus meestal zie ik het pas een dag later, op internet. Maar ik zorg wel dat ik de laatste zin tik, zodra de eindtune klinkt.)
21 februari
De schoonheid van een virus
en hoe gevaarlijker, hoe beeldiger.
Pandemieën die om zich heen grijpen
als ontslagrondes waar geen vaccin
tegen bestand is.
Steekproeven. Telefoontjes. Opgetrokken wenkbrauw.
De schoonheid van ontslagrondes. Eén voor een vallen
ze weg, als in dat spelletje met die knikkers, valkuil.
Alert als een nachtuil en dan toch verrast door
zo’n gast die mompelt dat je eruit vliegt.
De schoonheid van metrostations. Hoe mooi al die
iPhones oplichten in handen van kromzittende,
zacht wachtende, eenzaam drommende forensen.
De trein zoemt in de verte. In zijn hol en ploegt door
zijn gangenstelsel. De schoonheid van het gangenstelsel.
Het stremsel van de namiddag. Wachtende mensen vol
van de dag. Arbeiders mengen met ex-bankiers, vlak
na hun ontslag. De schoonheid van het ontslag. De naakte
namiddag. De vlakte.
**
20 februari
Terugkijkend moet ik helaas vaststellen
dat het goede, het slechte en het lelijke
allemaal wel wat beter, wat slechter en wat lelijker
had gemogen. Laten we wel wezen, fruitschalen stapelen,
en dan daarop balanceren – wapperende armen –
wapperende staart, vastklampen met scherpe voortandjes
aan de rietgevlochten mand;
het is dat er toevallig camera’s in de buurt stonden,
anders waren we niet speciaal gaan kijken.
De grijze muis mag spartelen voor het tv publiek.
Openbare martelkamer; het katoen van de slipper
tot bloedens toe langs het weke vel tussen twee tenen
drijven. Een gloeiende microfoon heel dicht bij
het gevoelige neusje houden, dat het
piept van het lijden.
We trappen de bal vijftig meter hoog en laten
hem neergaan en schreeuwen na afloop
het kadavertje toe: ‘leg dan dood, zo’n bal!’
’t Is waar: rustig op de borst aannemen en
de een-twee aangaan. Maar vanaf de tribune
ziet het er altijd gemakkelijker uit.
We maken het allemaal openbaar, het is maar een muis.
De muis is plat. Het volk mag het weten.
**
17 februari
Een lawine van namen in de adressenbalk
en dan maar hopen dat er een discussie
van de bergflank rolt, dat een koude
golf het land overspoelt, schijnboksen voor de bühne.
Zuigen, etteren, irriteren, alleen maar om
wapengekletter te simuleren, en dat eindelijk
de stemmer die al lang zat te pitten weer
rechtop in zijn stoel gaat zitten.
Hijs ze in een jurk met duizend kleuren.
Geluk is dan wel een jurk, maar – speaking of which-
met onbereikbare drukknoopjes
en ritsjes, nauwe mouwtjes, losse draadjes en
witte zweetplekken.
Het knelt en schrijnt. Het was al een wonder dat
ze zich erin hebben weten te wurmen, maar
nu de bevrijding: vergeet het maar. Er zit nog meer
beweging in een wassen beeld.
De pvda blijft zijn shit pitchen.
In een lift die vast zit tussen twee verdiepingen.
**
16 februari
Je schiet met je gun. Voor de fun. Je bralt in brandende dromen
over het doden. Over het nemen, zoals de zee neemt. Je bruist en golft.
Je bent een element. Je bent wind. Je hebt vinnen om te vliegen, weerhaken
aan je ego, je denkt luchtkastelen van Lego en de vrije val langs
haakse rotswanden gaat als in een waakslaap.
Schansspringer op amfetamine, zwaluw in de luwte van
een loodwarme dag. De kogel werpt een blik op het
uurwerk, trekt bij de laatste check zijn stropdas recht, en vertrekt.
Kop vooruit. Aktetas langs de zoom van de pantalon. Zaadcel
verwikkeld in contraspionage.
Je schiet je gun. Je neemt. Zoals het hooggebergte neemt. Je vult
de leemte binnen in je. En eenmaal bij zinnen ween je en neem je
je eigen leven.
Wat dat inmiddels nog waard mag zijn. De aula kermt van pijn.
Verder is het stil.
**
15 februari
Straatzangers krijsen hun longen tot gloeiende hitte
en vragen je naast hen te komen staan. Bedelaars
met rammelende bekers en magen. We zien het aan
met de hand op de knip. Krimp in het hart, kramp in de ziel,
werkloosheid van de compassie, dalende aai over de bol quota,
bezuinigingen op knipoog en glomlach.
Het land huilt mee met de wolven en deint op de golven
van verongelijk. We drommen samen rond het rood besmeurde
ongeluk, het wiel dat nog draait en mopperen dat
je ook niet moet bellen op de fiets, dat krijg je ervan.
Drie uur ’s nachts, zeven januari, we schrapen nog maar
eens de keel en stelen de stilte weg uit het holst van
de winter. De bezemsteel tegen het plafond om
die mensen het zwijgen af te leren. Ondraaglijk toch,
die geruisloosheid waar elke rechtgeaarde buur stapeldol
van zou worden.
Ze staan daar, honderd procent zeker, luchtgitaar te spelen,
van mijn belastingcenten. Ze kieperen de belastingdruk stiekem
bij het grofvuil van de buren en sluipen weg op fluwelen tenen.
Het maakt geen geluid. De bergtoppen zijn weids en zonnig.
Stilletjes tellen ze het geknisper in hun sok.
**
14 februari
Geef mij een app voor alles.
Ik wil like, like, like. Hier heb je mijn data
en laat er je krokodillen van algoritmen
op los. Maakt me niet uit. Je mag mijn
ochtendurine monsteren, bottel al mijn
woede, mijn verlangen, vervluchtigde
afspraken, strooi mij uit over een brandend
draagvlak. En programmeer de omstandigheden
tot ik met een vingerknip de zon sommeer.
Ik voer mijn kindertekeningen in en scan ze
met mijn schuldig oog. Ik laat me ringeloren
door herinneringen, bezing mijn zegeningen
en hoop maar dat ik op de juiste knop druk.
Ja, ik heb het druk. Ja, ik wil nog een extra app.
Ja, mijn duim gaat altijd zo snel, wat mij betreft hou
je je commentaar voor je. Ik neem al die duimpjes
die ik je digitaal gaf weer af. Ik dóe het…
Ik plastineer je, ik ruk je huid af en toon de wereld
wie je bent. Ik polymeer je dikke darm en duw je
in de meest compromitterende houdingen. Ik steek
een rietje in je kont en blaas je paddelijk rond,
ik trek je vleugels uit en laat je ploeteren zonder
dat je van de grond komt.
Ik wil een app voor alles. Ik wil like, like, like.
Ik werk nine to five en als ik klaar ben
wil ik
alles.
**
13 februari
(Basketballer Lin immens populair in New York – Wetenschapper aan de TU gelooft in UFO’s – Whitney Houston is dood)
Een basketballer met tentakels tot buiten verdedigingslinies,
een dribbelaar met giftige worpen, een stadion vol schreeuwmensen
die antigif nodig hebben om bij zinnen te komen, een tuin vol dromen:
er zweeft een ufo richting de basket.
Dat is waarom buitenaards leven zich alleen toont aan Siberische boeren,
dronkenlappen in Arkansas en aan kruidenvrouwtjes die er volstrekt
ongeloofwaardig uitzien: omdat het grote publiek een T-shirt
van ze maakt, cheerleaders met handen vol pompoenen op ze afstuurt.
Aliens hebben nog wel een beetje benul. Niet volledig achterlijk. Zie wat
er gebeurt met hen op wie de camera’s gericht staan. Ze gaan dood.
Heel snel dood.
Om het af te wenden zingen ze die ene noot.
Een zaal, een bevolking
houdt de adem in.
Whitney stoot de adem uit.
**
10 februari
(World Press Photo uitgereikt – 3d remake van Star Wars)
Een zoen uit Jemen. Een snog op z’n
Middle East. Zoals een halve kus niet bestaat,
zo is het moment nooit deelbaar
behalve als je het op de foto zet. Dan heb je een ‘ervoor’
en ‘erna’. De camera als hakbijl. Splijt wat mensen hebben
in tweeën zodat de rest van de wereld er ook een stuk van mag.
De foto zet stil wat in beweging was, maakt kil wat gloeide.
En dan met een dozijn doekjes en wonderzalfjes
de kleuren en schaduwen erin poetsen. Door een ratelende
machine halen totdat Luke Skywalker Darth Vader is en
Lucky Luke Guust Flater. Zet die trofee maar even achter,
die haal ik later wel op.
Waiting for a thing to happen. Als het niet te fotograferen is
is het de moeite niet. Soundbites happen naar mijn tenen,
samenvattingen sealen me in, ik snuif weekoverzichten
met een theedoek over mijn hoofd boven een borrelende
citatensoep. Ik heb alles gezien. Een klein beetje duizelig maar.
Waar hadden we het ook alweer over?
**
9 februari
(Lancering van een boek en ook een televisieprogramma over liefde tussen mensen uit verschillende culturen – Paulien Cornelisse vertelt over dingen die haar opvallen in de Nederlandse taal)
De lakens door de war schoppen,
de fik in het bed, spraakverwarring
in de hitte van de stoeistrijd, misverstane bevelen,
koeriers die verdwalen, eigen vuur in je rug,
kruit dat nat regent, plat liggen in liefdes loopgraven.
We vrijen de grenzen weg, we zoenen
overzee, in den vreemde, in het luchtledige en
in het wilde weg en dan maar hopen
dat het allemaal een beetje over komt.
Babbelziek kabbelt het liefdeslied en ploppen
stopwoordjes omhoog want als het gaat over
de daad en je wilt iets te raden overlaten
maak je als de donder dat je de zinnen afkapt
en de leegte stoplapt.
Woordjes als ongewenste gasten, ze komen uit
mij als luchtbubbels uit een drenkeling.
Ik predik de liefde als een zendeling en sla
mijn hand voor mijn mond als ik me betrap
op netelig taalsel.
Ik koop een aflaat voor elke keer dat ik ‘absoluut’ gebruik
in plaats van ‘ja’. Dat ik om het derde woord ‘gewoon’ zeg alsof
er ooit iets in deze wereld ‘gewoon’ is.
Geef mij die zweep eens even aan, dan zwiep ik hem
over mijn schouder tot hij fluitend mijn rugvel splijt.
En verder houd ik mijn kop. Kus me dan.
Dat mijn lippen dienst doen als vertaalmachine.
Een tong zonder spijt.
Ik spuug benzine in je vlam.
Voel je hoe warm we zijn?
**
8 februari
(hele uitzending over het onderwerp Elfstedentocht)
Eenden, mollen, zwaluwen; het hele dierenrijk wordt
in vertrouwen genomen. Sprinkhanen krijgen een
microfoon onder hun voelsprieten geschoven,
een schaap dat zich verveelt op een hoek van een weiland
mag zijn menig geven.
Er staat een rij rayonhoofden met hun poten
in de sneeuw een wedstrijdje te ver-plassen. Centimeters
geel maken. Dampende gaten in de ijsvloer.
De rest van het land pist in de wind. Geen flauw idee
wat er staat te gebeuren. Tasten in het duister. Hopen
op flitsen winterlicht.
En dan slaat een meteoriet in
en de wereld
vergaat. Iedereen dood.
Maar wat het ergste is:
al dat ijs kapot.
**
7 februari
(Guus Luijters heeft boek voltooid over alle gestorven joden in de tweede wereldoorlog – Veel aandacht voor eventuele Elfstedentocht )
De nacht voor de start, daar draait het om.
Ik bevind me al jaren in de nacht voor de start.
Ik heb een monument voltooid. Pagina na pagina
met de lijsten van plannen die voortijdig zijn afgevoerd.
Ik was een monnik met mijn ganzenveer die kraste en kraste
tot diep in ademwolkjes nachten.
Koudneuzig krabbel ik lange bomen van lijsten, die kaal
groeien in het donker, tot aan het steeds weer verdwijnende
einde van de nacht voor de start.
Morgen zal ik er staan. Trappelend van zin. Ik neem mijn
grootste bezit mee, mijn ijle mondharmonica.
Ik hoor de ijzers naderen, schrapend over het ijs.
Ik speel een lied van verlangen, ik lok het ritme tot me.
Ik ga over gladde gangen. Straks.
Moet je opletten.
**
6 februari
(Veel gepraat over een mogelijke Elfstedentocht )
IJsmeester van de vroege avond
de ijsmeester van mijn doemgedachten
een televiesiescherm gevuld met ijsmeesters van
ons hoop en vrezen.
Ze sluiten ons op in een kooi en we moeten
wachten wachten wachten. Bonkervaart
Slotermeer ijstransplanteer ijzerpleisters
schaatsschaafsel pootje over struikelblokken
schotsje springen.
Het volk eist ijs dat hard is als een gitaarriff,
dik als een bootsy collins baslick, glad als
Earth Wind and Fire, koud als een repetitiehok
in januari.
De eenden kwaken niet meer.
Het is stil aan de overkant.
Ik durf niet op het water
om te kijken
of alles oké is.
**
3 februari
(Beau had lagere kijkcijfers dan de bedoeling was – Pechtold schreef boek over gesprekken met PVV stemmers – Kunstenaar die bewegwijzering maakt krijgt belangrijke prijs – Stand up comedien grapt over boerka verbod)
Ik heb zelf de kijkcijfers er even bij gepakt
en ik zeg het maar meteen: het zat
onder het miljoen. Even schrikken. Zeker.
Maar kijk naar de kwaliteit. Toch anderhalve
seconde de blik van de caissière weten vast te houden.
En dat in crisistijd. Je kunt wel over de hoofden heen regeren,
de dingen binnenskamers beredeneren, de zieltjes
die al lang door een ander gewonnen zijn begeren,
maar laten we, in godsnaam, bij de mensen thuis,
en dan van mens tot mens…
Ik heb mijn huis vol bewegwijzering hangen, voor het geval
dat een politicus zich geroepen voelt de stemming te polsen.
De pijlen wijzen tot aan mijn bed. Het bordje dat ik
erbij gezet heb legt uit wat er speelt voor het geval
dat ik slaap. Dat snappen ze misschien niet, missen ze
een stukje feeling voor. Staan ze daar te twijfelen
met duim en wijsvinger om de kin. Zwevende kiezers, allá,
maar dit komt in de peilingen nooit ter sprake.
Kan en rol spelen dat ik gesluierd slaap. Probeer mij in
godnogantoe mijn eigenste slaapkamer maar eens
een boete uit te delen.
Ik droom van een Haagse aap uit een mouw.
Ik kan geen slaap meer velen.
**
2 februari
(Interview met Máxima en Alexander op komst – Andere versie van Mona Lisa ontdekt – Nieuwe serie van de NCRV waarin vrouwen hun eigen leven filmen)
Effe een potje push ups, gewoon om te kijken
wie het vaakst en wie het langst; alles voor de mensen.
Want straks gaan ze zich vervelen en dan weet je het wel.
We brengen ze in een roes, we nemen de angst weg
en doen net alsof we hele normale mensen zijn.
En infrarood kijken ze
door vijftien lagen van de ziel en alles
wat tegenviel. En dan doen alsof ze het
niet hebben gezien.
Het liefst natuurlijk een uurtje of 24 per dag.
Ook mee naar de wc. Waarom niet. Want je hebt
van die dagen, dan mag dat beslist koninklijk
genoemd worden. Ja, ik zeg maar gewoon zoals het is.
Toe maar, mensen, zoem maar in op die traan.
Adios nonino. Ik zing het uit de losse pols,
uit volle borst, kom maar op met die bruiloft,
ik spring op de tafel en de menigte host,
ik gooi mijn hoofd in mijn nek en huil het
naar de kroonluchters
tot in de krochten
van mijn leefzucht.
**
1 februari
(Terugblik op de Elfstedentocht van 1963 – Een film in drie delen over het werk van Van Kooten en De Bie – Jan Mulder zet op 1 in zijn ergernissen top 5: stopwoordjes)
Alles was zwart wit. Een wereld in salmiak.
Poeder van de kou afschrapen. De wereld ingedeeld
in witte kaders, in schuimshots. Schaatsers die over schotsen
springen, over kabels hinken, verslaggevers van hun rug
schudden en door zweepwind zwenken.
Terug in het verleden stuiteren, een bal
over je schouder gooien die maar door rolt
en door rolt tot in koude schoolgangen
waar vriendschappen bij het jas ophangen
in stedelijke gymnasia aanvangen en
niet meer ophouden. Een Keek op het leven
in drie stadia.
Alles was zwart wit. Wat had je aan grijze ergernis?
Je moest goed van kwaad kunnen scheiden, dat
maakte de zaken wel zo overzichtelijk. We hadden
wel wat meer te doen, in die tijd.
We zouden een rondleiding moeten samenstellen.
Prachtig, langs al die plekjes waar we van pure
verontwaardiging onze ontlasting lieten lopen.
Het was echt bar en boos, soms. Ik kan je de plekken
zo aanwijzen.
Was ook wel gezellig, eigenlijk.
Za’k maar zeggen.
**
31 januari
(Unox heeft plan klaar om van Elfstedentocht reclame stunt te maken – Jules Deelder is elke dag stoned – Hammond organisten houden een muzikale battle)
Laten we ook eens evenement gijzelen.
Als het ook maar lichtjes begint te ijzelen
smeden extreme cellen in hun kelders hun
plannen om over elf steden uitgesmeerd
hun naam groot in bevroren plassen krassen.
Zet jij nou even je leven op het spel om überhaupt
te leven. Door decimeters sneeuw borstcrawlen,
door krakend herfstblad hollen, met je eigen
testikels bowlen tot alle kegels uiteen slaan in
een explosie van wit licht, tot je de volgende dag
opstaat en het hele spektakel met al zijn graaiende
tentakels je weer optilt en je pik zich weer opricht,
je opnieuw voor al dat wit zwicht.
En dan op zoek naar een opponent, iemand
tegen wie je je orgel kan laten gillen, laten grommen,
want wat je gooit, moet kaatsen, je wilt niet als laatste
staan want met wie moet je dan je buitelingen
uitruilen?
In het ergste geval dan maar huilen
naar het lichtje in de koelkast,
schijnboksen tegen de kalender.
Misschien, in de verte
iemand die het merkt.
**
30 januari
(Djokovic wint Australian Open – Sarkozy twijfelt of hij zich weer verkiesbaar moet stellen – Vorstperiode wakkert Elfstedenkoorts aan – Nick en Simon zingen Simon and Garfunkel)
Het is een tenniswedstrijd van minstens acht en een halfuur,
campagne in landen waar de meeste camera’s staan. Inzoomen
en dan vaststellen waar ze buiten de lijntjes zijn gegaan.
Sarkozy en zijn zin, waarin je eindeloos moet wachten op
de persoonsvorm, met in de verte uitzicht op een gezegde,
maar daar moet je hem niet op vastpinnen.
Peilingen stromen binnen en hij bekijkt ze goed voordat hij
er überhaupt aan wil beginnen. Voorzichtig stampt hij wat
op één nacht ijs en denkt na. Maar het is Fráns ijs! Fráns ijs!
Voilà!
Met je rayonhoofd keihard op de spiegelende glijvloer.
Splijt het met veel gekraak open, een gekolk verschijnt,
een hersensoep waar je je politieke koekje in zou willen dopen.
Alles om maar die feeling te houden met de doelgroep,
goed luisteren, de lachende derde, dan weet je
wat je in je debatten te berde moet brengen.
In de verzengende kou zingen we om ons heen en
vragen we ons af wat we hier nog te zoeken hebben.
Verlangen naar the sound of silence.
**
27 januari
(Japanse jongen traint voor WK masturberen – Peter R. de Vries heeft Holleeder gesproken – Gesprek over Oscar kansen van Merryl Streep en nieuwe film van Monthy Python)
Wereldkampioen lange afstandsmasturberen, wereldkampioen
proberen Willem Holleeder op te sporen en daarmee
door het bos gaan, wereldkampioen jezelf op de borst slaan
over hoe dat nou allemaal in z’n werk is gegaan. Wereldrecord
koetjes kalfjes, gezondheid, je weet wel, gouden medaille
van het misdaadjournaille, opgedroogd wondvocht wordt
doodsbedreigingen in braille, quotes schieten vanuit de heup
of de taille.
Hartfalen tot in de zoveelste macht, op schema voor Jordaanrecord,
over de klinkers in Negen Straatjes binnen de tien minuten.
Hordelopen over fluitende kogels, kogelstoten
over zeven sloten, slot op de deur en dan maar dwalen
door die doolhoven, scooters schuin door
de bocht. Vol in beeld, toch nog gezocht.
Wereldkampioen Merryl Streep haten, Monthy Python oneliners
citeren, met een intelligent vraag om de hoek komen, hoofd
scheef houden en geïnteresseerd knikken, langs de lippen likken,
licht voorover hellen en dan de ultieme, journalistieke vraag stellen.
We hoeven geen antwoord meer. Daar klinkt de muziek alweer.
**
26 januari
(Dag van de poëzie – Jongen van 14 uit de Bijlmer is populaire zanger – Robin van Persie eert zijn jarige opa na scoren van doelpunt – Anouk twittert foto van haar billen)
Van poëzie poëzie maken. Mocht je dat kunnen
heb je wat mij betreft alle zendtijd verdiend,
prime time en alles wat eromheen zit.
Tussen hoge flats waar alleen maar wind tussendoor raast,
waar garageboxen, waar schots en scheef geparkeerde auto’s,
waar botsende jeugdbendes in dancebattles elkaar afmaken.
Poëzie fluistert in een bomvol stadion, het zijn de woorden
op een shirt ónder het shirt van een speler
die niet gescoord heeft. Na de wedstrijd ongezien de wasmand in.
Een omhaal van woorden. Met achterwaarts gestrekte arm
een foto van je eigen billen nemen.
***
25 januari
(De oscar uitreiking komt eraan – World Ecomomic Forum is aan de gang – youtube filmpjes krijgen steeds meer aanzien – Beau gaat een talentenjacht presenteren)
Ontelbare hoeveelheid beroemdheden bij elkaar
en die roddelen, speculeren, slempen aan de bar
en roepen om het hardst dat ze heus zo’n oscar niet
hoeven.
Ons geld zakt door zijn hoeven. En wij gaan shoppend
ten onder. We trekken het gas open en laten
de motor bulderen. You don’t get it, do you? Nee,
wij snappen er geen donder van.
Want wat kan het ook bommen hoe veel geld je hebt,
het doet er alleen maar toe of je stomme filmpje is bekeken
op internet. Er zijn honderden youtube miljonairs
die geen stuiver voor een kop koffie hebben, maar
in een pakhuis bomvol Like duimpjes zwemmen.
We mogen weer gaan stemmen. Wat wij vinden doet
steeds vaker ter zake. Onze duim als
portemonnee. Laat maar komen, die volgende talentenjacht.
Geen oscar winnaar zonder mijn ja of nee.
Ik stem mee.
***
24 januari
(nationale gedichtendag zit eraan te komen – werkt premier Rutten met pleidooi voor ‘ferme tik’ molestatie van inbrekers in de hand? – Nico Dijkshoorn schreef boek over zijn vader – bouwers van applicaties dromen van miljoenendeal)
Ik beweeg mijn armen, mijn benen
ik dompel me onder en het snijdt mijn adem
en uit arren moede drink wild om me heen,
ik drink me vrij. Ik gnork rijmwoordenen
en afgekapte regels tot ik hik.
De ferme tik maakt carrière, krijgt een ferm klopje
op de schouder, wordt ferm in de wang geknepen
zelfs als een kermend lichaam leegloopt in een berm.
met niemand die hem beschermt.
Rechtstelsel ligt in coma, gekoppeld aan een stoma,
dichtgeschroeid op een hoog vuur, en sputtert niet meer;
Croma, goed spul, meneer.
Een vader, vastgebonden in een stoel, mond gesnoerd,
behalve het sliertje speeksel dat over zijn kin loopt.
In het verleden gedoopt, zo troebel dat hij niets ziet,
een zoon op de stoep met een tragisch lied.
Hij begrijpt het niet.
Is daar geen appje op te verzinnen? In kaart brengen
wat biografieën doen met vader/zoonrelaties. Check
vaak je iPhone om te weten waar je op je bek geslagen wordt
als je een kraak zet. Je bed slaapt beter, je baas bekt minder,
het maakt seks flinker; laat apps hun stinkende best doen
zodat jij, tot laat zappend en twitterend je uitlaatklep vindt.
Totdat het leven weer begint.
***
23 januari
(CDA zoekt een nieuwe leider – Republikeinse kandidaat wordt aangevallen op zijn amoureuze praktijken)
Als het rotje niet knalt, ga je kijken wat er aan de hand is.
Dan kom je bij elkaar en zoek je een leider, al moet die
uit Atlantis worden gesjacherd. Een charismatische,
type Emile Roemer, oorlog maken in het strafschopgebied,
neusje voor de goal, publiek een beetje gek maken.
Peetoom trekt met haar gevolg door het land met het glazen
muiltje in haar hand. Op zoek naar roerganger met het
kwikzilveren muiltje, de diamanten ogen, de schittering op een tand.
En dan maar hopen dat er geen ex minnaar de camera’s zoekt
zodat je te boek staat als buiten de deur sekser, eentje die vindt dat je
een beetje relaxed moet doen over een extra liefje on the side.
En dat dan het vuur oplaait, maar dat je het net op tijd omdraait,
met een grap, een joke, straks ben je helemaal van de coke.
Nooit gedaan ook, trouwens. I did not inhale, did not inpale,
althans,
niet zo heel veel.
En nooit echt lang.
***
20 januari
(Het gezonken cruise schip – Jack de Vries verdedigt het nieuwe credo van het CDA: het radicale midden – doventolken doen New Kids in gebarentaal – Parijs-Dakar deelnemer foetert op zijn mécaniciens)
Ging hij nou als eerste van boord, met een pick start
om met een monumentale sprong
tot in het radicale midden te landen.
Of was hij tot het einde in touw. Met die hele partij de schuit
proberen te stabiliseren. Met z’n allen naar het dek,
en elkaar precies op de 5 van het shuffle board veld verdringen.
Een partij met zwakke polls. Een kat in het nauw,
die met een vrij normale sprong tot in een gematigd
tuintje landt.
Het is met de handjes wapperen, ook al wil je eigenlijk klappen,
vingers flitsen en maken 100 gebaren per minuut, olympisch
tempo, en als de monteur niet de hele avond in de Seventeen
had zitten bladeren, waren het er 110 geweest.
Je ogen vol zand, je oren vol zand, neus vol zand, maar zodra
er een camera op staat praat je niet met meel in de mond. Ik bedoel,
een foutje kan altijd, maar bijvoorbeeld zo’n boot
een beetje drijvend weten te houden: dat is toch het minste.
Er trillen gedachten los. De bas dreunt schroeven en moeren;
ze blijven gewoon achter op het wegdek.
Waar lag ook alweer het midden, Jack?
***
19 januari
(Turkse mensen die geverfde vogeltjes verkopen – Beau die aan worstelen doet – kunstenaar die kunst relikwieën in flessen bewaart - alleen kinderen op tribune bij ajax-az…)
Geverfde vogels; wie mooi wil zijn moet pijn lijden
je haren in de scheiding, je dictie helemaal in orde, hé, doe
eens genuanceerd! Opgetild in de ring, rondgedraaid,
neergekwakt, met een knal op het zeil en ver weg klinkt het zacht
kraken van ruggengraat.
Een stadion vol meeuwengekrijs. Een zwerm kinderkelen
stort neer op verbouwereerde in roodwit gehulde pingelaars.
Ze bottelen hun schijnbewegingen, ze zetten hun schwalbes
op sterk water. Voetballers met kelders vol weckflessen verleden.
Kruisvaarders en bedevaartgangers zullen over eeuwen
een krabbertje langs een doelpaal halen, zoals kunstvorsers
het artistieke van de wereld wassen, het sap uit het bezielde koken,
met hun pipetten en microscopen het net zo lang husselen en in
zwavelzuur dopen dat er niets rest dan een lapje synthetisch,
een duizend dingen doekje, culturele smetvrees om geverfde vogels
mee af te nemen.
Ze vliegen hoog, ze steken zo mooi af
tegen de zwarte zwerm. Ze gaan wel een beetje snel dood
maar wat dondert het.
***
17 januari
(Tafeldame die potje met plantje bij zich heeft – Willem Holleeder komt binnenkort vrij – het CDA gaat ‘herbronnen’ – honkbalboek ‘The art of fielding’ – Piet Römer gestorven)
Klein hoefblad als het kloppend bloedvat van de lente.
Criminelen komen uit hun winterhol. Met hun ogen knijpend tegen
plotseling zonlicht. Op pad met hun protserige mond dicht,
opgewacht door rondborstige dorstigen, stappen in een vorstelijke
BMW schicht, en dat in de bosjes een schutter met een gun ligt.
De lente breekt uit. Christen democraten die zich herbronnen,
op zoek naar een oorsprong, vanuit doorzonwoning,
het eerste smeltwater zien stromen, kernwaarden verstikt zien raken
in de bomen. Goede voornemens van achter het venster.
Het CDA: een korte stop. Een bal boven het hoofd geheven,
stokt, weet niet waar te mikken, bevoelt het stiksel op de bal,
strijkt de tong langs lippen, knijpt oogleden samen
tegen het stadionlicht. Smacht naar een thuishonk.
Waar moeder de vrouw lonkt.
Met een gehaktbal.
Heel diep in jezelf graven, als een acteur die de tranen
ergens vandaan moet schrapen. Zie, een man die over schonkige
Amsterdamse straatklinkers hobbelt. Laat de mondharmonica
huilen. En wees stil. Wacht af. En dan komen ze. Echte.
Nat op je wang.
***
13 januari
(Nederlands transgender model wint modeprijs – David Bowie kondigt afscheid aan – jongens binden muis aan een vuurpijl)
Ze schieten een eind de lucht in, de mensen,
de mensen schieten wortel, verankeren in bosgrond
en reiken dan naar de lucht, tot bij de wolken, de vogels.
En wat je ook hebt, en dat is mooi, Tolkien bedenksels
die zich losrukken, en dat de aarde rondspat, dat blad ritselt
en omlaag dwarrelt en te reizen naar nieuwe grond, warme
grond, hordelopen over dwarsbomen,
balanceren op kätze laufbahn.
Om de tien jaar kondigen we ons afscheid aan. Oeh, even het einde
aanraken. Even op je wang voelen trillen hoe het
er dan aan toe gaat. De speaker druipt van de distortion,
het snoer van de microfoon golft van het drama,
nog een keer terugkijken, de film schiet voorbij. Kijk, toen was ik
nog een meisje. O, daar heb je de tunnel al.
Vol gas door de bocht. Een gedrocht, dit leven,
blij dat ik er een punt achter kan zetten. Ik breng nog
een toast en een cd uit en dan is het welletjes.
Uit mijn mond ontsnappen belletjes. En aan het publiek te zien,
hun geschokt getuite lippen, het oogsperren, betekenen ze iets.
Ik klamp me vast aan de tafelrand. Het moet feller, kleuriger,
ik kan de woordslingers aan een vuurpijl hangen en tot
hoog boven de stad. Ik moet ze laten lachen, of desnoods een beetje
huilen. De camera’s zwenken omhoog, het hele land kijkt mee.
Mijn woorden stralen
en doven uit.
***
12 januari
(Ophef over dramaserie koningshuis – Nederlander bedenkt spelshow en verkoopt die aan het buitenland – Mart Smeets 65 jaar – discussie over geweld gebruiken als je wordt aangevallen)
Koninklijk zwijgen
Violen zwellen aan, ijldun begeleiden ze het koninklijk zwijgen
gaat ze wat zeggen? Nee, de strijkers drijven nog wat verder
ze brengt niets te berde. Chic, misschien, oranje stilte, het zilte
schrijden, belangrijk lijden, vorstelijke brokken maken en
’s avonds roerend in de thee je echtgenoot zien sterven. En of
dat je avond dan zou bederven.
Er zijn onderuitgezakte bankhangers die bordjes in de lucht steken.
Wedden op het waarheidsgehalte, een arena, een jury van 50.000 man
die uitmaakt: wat geloven we ervan? We gokken op welke 20%
waar is, we kraken kluizen, we wekken Willem Ruis op uit de dood
die op gepaste momenten je lastig valt met bestendige vragen:
weet je het zeker? Stop je of ga je door?
Het is onze nationale show: stopt ze of gaat ze door? ‘En als ik nou zeg:’
(hand naar de binnenzak) ‘tweehonderd gulden…’ (het tellen van biljetten)
‘en als ik nou zeg driehonderd gulden. Nee? Je gaat door?’
En ze gaat door. De wedstrijd gaat door.
Studio Sport gaat door. Wie gaat er achter Joop aan? Kom Joop, rijden,
kom op Herbert, je moet nog een rondje, Timmertje Timmertje toch,
alle twijfel is weg, zijn we er toch ingetuind, violen schrikken wakker,
pauken bulken alle trauma’s weg, leg je hoofd maar op mijn schouder,
dan huilen we samen. En je vraagt je af op wiens schouder
onze koningin… En of ze dan een beetje huilt.
Is een land met een eenzame vorst een eenzaam land? Wij liggen
wakker ‘s nachts. Niet uit angst voor inbraak, maar dubbend
over de vraag of we een honkbalknuppel onder ons bed moeten leggen.
En of we daarmee raak slaan.
***
10 januari
(Henry scoort bij come back het winnende doelpunt – verkiezingen republikeinen gaan van start – documentaire over ijsspeedway legende)
Ik ben zelf overigens bezig aan mijn vierhonderdvijftigste
come back, als het je interesseert.
ik duik op van onder de gordel tot in lengte van dagen
watertrappend in het stadion dat kolkt, waar de macht stroomt
waar het volk droomt, het scanderen op de west wing
de spreekkoren van de lange zijde en dan denk je dat het best ging,
zeker na die goal in de laatste minuut,
maar dan kom je thuis en trek je je manchetknopen los
je klost je schoenen in een hoek, zo nonchalant als je weet dat
het volk het graag ziet.
En dan ben je alleen, zo zonder al die zwaaiende armen,
die aanstekers in de lucht. Alleen de camera’s in elke hoek.
Je stroopt je hemdsmouwen tot net boven de elleboog,
en de camera’s leggen vast dat geen kaart in je mouw,
geen litteken op beduidende plekken, dat nergens
zweetplekken tonen. Ik ga voor mijn dertiende ambtstermijn.
Ik limbo dans onder mijn midlife crisis door.
IJs spat op uit mijn oval office, woorden met spijkers
die hun rondjes draaien, tollen tot er eentje de hooibalen
in vliegt. Ik bedoel het nooit zoals het overkomt, luister,
het zit anders. Ik ben de first lady van mijn eigen gedachtengoed.
Ik bloed meningen. And dit burns, burns, burns…
Laten we slapen in lege stadions. Laten we dobberen in de nagalm.
***
9 januari
(advocate wil wet tegen ‘stelen identiteit’ – 21 december vergaat de wereld volgens de maya’s – Sven Kramer Europees kampioen schaatsen)
Ik heb mijn identiteit begraven in de tuin, alsnog als de dood dateen nachtelijke kat hem uitgraaft, zich aan mijn uiterlijk, mijn
grappige opmerkingen laaft, zich hult in mijn mysterieuze glimlach,
mijn opgepoetste laarzen, mijn strak georkestreerde homepage,
lang overdachte tweets.
En als het eenmaal 21 december is heb ik hem vervolmaakt, dan
ben ik perfect, heerlijk gebekt op je scherm, shopfoto,
de gulden snede, symmetrisch, ik spreek metrisch
in enjambementen, drentelend door je hoofd, ik bewoon
ieders gedachten terwijl we allemaal wachten tot we vergaan.
Ik ben de edele verrotting. Ik kom tot je in pixels, verwikkeld in je
hersenspin, ik storm je huiskamer in, weiger je internetvlies
te verlaten, ik daal op je neer als sneeuw, ik dram, ik zeur in
140 tekens, ik scheur met 140 over ’s heren digitale snelwegen.
Een dreunende kickfinish
tot in 2013.
We gaan met twee handen op de rug het jaar door, gelijk een
onverstoorbare sovjet rus. Dwars door de maya barrière.
De vamos al la playa, kom maar op met je armageddon misère.
We houden ons vast aan onze identiteit en drijven over de golven
van de zondvloed. We houden moed. Een lage 31-er.
Een nieuw baanrecord.
