‘In dat team zou ik dan wat meer, tja, precies wat Bart al zegt…’

Utrecht, Hopakker, 21 mei 2011, 16.33 uur.

Als je wandelt zie je meer. Het ommeland trekt trager aan je voorbij en als je iets opvalt, kun je binnen een halve tel stil staan om het rustig te bekijken. Op de fiets moet je eerst afremmen en daarna de te ver doorgeschoten afstand weer terug afleggen. Vaak is dat vooruitzicht voldoende om het maar helemaal te laten. Veel blijft ongezien, tijdens fietstochtjes.

Behalve als ik met mijn kinderen ben, natuurlijk. Die hebben geen moeite met stoppen en terug gaan, als er een kleurig elastiekje op straat ligt. ‘Nee, we rijden door,’ zeg ik meestal streng. Waarna er zo’n gedrein en gemekker losbreekt dat ik, om er vanaf te wezen, toch maar toegeef. Mokkend leun ik op mijn stuur terwijl ze de – inmiddels – 200 meter terug rijden om het ongetwijfeld vieze ding op te rapen.

Ik heb voldoende opvoedkundige principes. Soms voel ik me een buitenstaander die verwonderd toekijkt hoe ik ze te grabbel gooi.

Misschien had ik mezelf afgelopen zaterdag moeten toestaan om terug te lopen. Had me waarschijnlijk een prachtig citaat opgeleverd. De eerste zin die ik hoorde, verstond ik maar half. ‘Gewoon een beetje borrelen,’ was een fragment dat ik dacht op te vangen. Ik was nog te ver weg van de drie jongens die voor de voordeur zaten om het goed te horen.

Twee van hen zaten op stoelen die ze op de stoep hadden gezet, eentje op een scooter. Die laatste was aan het woord. Hij zei: ‘In dat team zou ik wat meer…’ Ik spitste mijn oren terwijl ik langs liep. Ik vertraagde mijn pas. Maar op dat moment vertraagde er ook iets in zijn spreken. Hij weifelde en liet een stilte vallen. ‘Tja…’ ging hij verder, ‘precies wat Bart al zegt…’

Nu was het aan mij. Ging ik werkelijk stil staan om de rest van de zin te horen? Wat had Bart al gezegd? En welke rol zou de jongen op de scooter in dat team gaan vervullen? Prangende vragen.Maar afluisteren is onbeleefd.

Ik had kunnen knielen en veinzen dat ik mijn veter strikte. Ik had ook gewoon terug kunnen lopen. Opnieuw langs de jongens die daar zaten, met flesjes bier in de brandende zon. Dat is toch niet verboden? Over de stoep lopen en dan terugkeren. Het zou best kunnen dat ik thuis iets was vergeten….

Maar ik liep verder. Het kind in mij, dat dreinde en mekkerde, heb ik genegeerd. Jammer genoeg ben ik strenger voor mezelf dan voor mijn zoons.

En nu moet ik het doen met speculatie. Ik denk zeker te weten dat er een of andere verwaande opmerking uit dat brallerige studentenbekkie zou komen. Dat hij in dat team wat meer… tja, zoals Bart al zei, een leidinggévende rol zou gaan vervullen. Dat hij daar, hoe moet je het omschrijven, de lijnen uit ging zetten.

Een zin als een kleurig elastiekje. Maar ik heb hem laten liggen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>