‘Dag lieve vader, gefeliciteerd!’
Ik had mijn jas open terwijl ik naar de school van mijn kinderen fietste, hoewel het daar eigenlijk te koud voor was. De zon stond laag en scheen fel. Het meisje dat me tegemoet liep droeg een dure zonnebril. Haar lach spande zich over de volle breedte van haar gezicht, terwijl ze in haar mobiele telefoon zei: ‘Dag lieve vader, gefeliciteerd!’
Mijn eerste schrikreactie was een haastig nagaan of het vandaag misschien Vaderdag was. Een vrij onbenullige gedachte omdat 1) ik geen flauw idee heb op welke datum Vaderdag zou moeten vallen en 2) mijn vader niet zou weten wat hem overkwam als ik met zo’n uitspraak aan de telefoon kwam.
Het idee tekort te schieten is me zo vertrouwd dat ik er reflexmatig mijn toevlucht toe neem. Ook als er geen reden toe is. Het meisjes was jong, had een gave huid en was ongetwijfeld lid van het studentencorps. Mijn instictmatige reactie maakte me duidelijk dat ik het altijd zal afleggen tegen de aristocraten. De underdog positie zit in mijn DNA verankerd.
Vroeger zei ik vaak tegen mijn moeder dat ik het oneerlijk vond dat er wel een Vader- en Moederdag bestond, maar geen kinderdag. ‘Het is elke dag kinderdag,’ antwoordde ze dan. Ik was altijd erg ontevreden met dat antwoord. Toen ik zelf kinderen kreeg, schoot die zin soms weer door mijn hoofd.
Ik was inmiddels alweer dertig meter verder. Het meisje had zichzelf met haar lach van elastiek naar het achterland gelanceerd. De erren in ‘vader’ en ‘ gefeliciteerd’, langgerekt en gepolijst, resoneerden nog na in mijn hooft. Haar spijkerbroek zat gegoten om haar benen, de hakken van haar laarzen klakten ritmisch, strak op de tel, tegen de stoeptegels.
Haar leeftijd schatte ik precies tussen die van mezelf en van het jongetje dat ik was toen ik op de kleuterschool een plankje bestempelde met in rood, geel en blauw gedompelde spijkerkoppen. Later werden daar haakjes in geschroefd waardoor het een sleutelplankje voor aan de muur werd. De juffen leek dat blijkbaar een attribuut waar de gemiddelde vader wel behoefte zou hebben. Ze hebben gelijk gekregen, want het hangt nog steeds in het halletje van mijn ouders’ huis. Hoewel het natuurlijk best kan dat mijn moeder zich daarvoor ingezet heeft.
In mijn eigen huis heb ik aan de muur een soortgelijk plankje, waar een wasknijper op gemonteerd is. Er staat de afdruk van de linker hand van mijn oudste zoon op, gemaakt toen hij nog een baby was. Het is om brieven onder te klemmen die ik nog moet afhandelen. Ik gebruik het al bijna tien jaar intensief.
Nog af te handelen brieven moffel ik het liefst zo ver mogelijk weg, om maar niet geconfronteerd te worden met mijn neiging zaken pas aan te pakken als het al te laat is. Maar áls ik dan besluit me ermee bezig te houden, dan wil ik ze ook in een fractie van een seconde kunnen vinden. Duurt het langer, dan bestaat de kans dat ik weer van gedachte verander.
Het meisje met haar lach van elastiek en haar erren van speksteen heeft zulke problemen niet. Ik weet het zeker. Ze is stipt in het onthouden van haar verwekkers verjaardag. Van Vaderdag ook. Het kado ligt al klaar. Een vergulde briefopener.